Boekje · Coole hackers 11+

Het Dodenorkest

Een griezelverhaal uit de oude abdij

Klik op een boekje om het open te slaan. Bladeren doe je met de ← → pijltjes, de knoppen of door te swipen.

Reeks

Kies een deel en lees maar!

    Boekje

    Het Dodenorkest

    BONG. BONG. BONG. Noor schiet overeind in het logeerbed bij oma. Twaalf slagen. Dat kan niet. De klok van de oude abdij heeft al tweehonderd jaar geen wijzers.

    En dan hoort ze het. Muziek. Een viool die vals klinkt. Héél vals. Daarboven speelt iemand. Midden in de nacht.

    Noor sluipt het kerkhof op. Mist kruipt rond haar enkels. Haar zaklamp trilt.

    Op een scheve grafsteen staat: JOSEPH CHARLATAN. MEESTER DER MUZIEK. HIJ SPEELT NOG.

    Krrra! Een kraai. Noor gilt bijna. Dan zwaait de deur van de abdij open. Vanzelf. Kriiieeek…

    Binnen is het ijskoud. Pfft. Pfft. Pfft. Overal gaan kaarsen aan. Helemaal vanzelf. Ze ziet stoelen, muziekstandaards en stof van eeuwen. Maar geen muzikanten.

    BOEM! Achter Noor slaat de deur dicht. 'Hallo?' piept ze.

    Uit de grafkelder komt een geluid. Tik. Tak. Tik. Botten op steen.

    Ze klimmen naar boven. Skeletten in kanten jassen, met gepoederde pruiken op hun kale schedels. Een doorschijnende dame tokkelt op een harp.

    En dan hij. Lang. Mager. Bleek als kaarsvet. Een hoge hoed en een cape als vleermuisvleugels.

    'Publiek,' fluistert hij. 'Eindelijk. Ik ben Joseph Charlatan.'

    'Tweehonderd jaar geleden sloot ik een deal,' zegt Joseph. 'Muziek die nooit ophoudt.'

    Achter het orkest beweegt de duisternis. Twee ogen gaan open. Groen. Groot als soepborden.

    Joseph neemt zijn hoed af. Zijn stem trilt. 'Wij spelen voor het Onnoembare. Het heeft geen naam. Vraag er nooit naar.'

    Joseph heft zijn stokje. De Danse Macabre begint. De viool krast. Botten klepperen. Tik-tak-tik!

    En Noors voeten… beginnen te dansen. Vanzelf. Ze wil stoppen. Het lukt niet.

    'Wie danst, danst mee,' zingt het orkest. 'Voor altijd. En altijd. En altijd…'

    Pfffff. Eén voor één gaan de kaarsen uit. De schaduw groeit tot hij de hele abdij vult.

    Koude rook kruipt naar Noor toe. De groene ogen komen dichterbij.

    'Ssssst,' sist een stem zonder mond. 'Nog… één… muzikant.' Een benen hand duwt haar een viool toe.

    Noor denkt razendsnel. Een orkest speelt voor publiek. En wat doet publiek? Ze klapt. KLAP! KLAP! KLAP!

    Het wordt doodstil. Een skelet buigt zo diep dat zijn schedel eraf rolt.

    De groene ogen knipperen. En dan rommelt er uit de duisternis een donderend applaus.

    'Tweehonderd jaar,' zegt Joseph schor. 'En nooit applaus.' Hij geeft Noor een zwart kaartje: EERSTE RIJ. ELKE NACHT.

    'Ga nu, voor de haan kraait. En kijk niet om.'

    Noor rent. Achter haar begint de muziek opnieuw. Ze blijven. Allemaal. Ook het Onnoembare.

    'Goed geslapen?' vraagt oma bij het ontbijt. Noor knikt. Haar schoenen zitten vol grafstof.

    Oma neuriet een liedje. Een vals liedje. Dan legt ze iets op tafel. Een zwart kaartje. EERSTE RIJ. Uit 1974.

    Oma knipoogt. 'Klappen,' zegt ze. 'Dat vergeet iedereen.'