Lina en de robot die niet wilde slapen
Lina is elf en ze heeft een robot gebouwd. Hij heet Bliep.
Bliep is gemaakt van een oude broodrooster, twee wieltjes en een klein computertje dat ze met haar zakgeld heeft gekocht.
Zijn taak: elke avond een verhaaltje voorlezen aan haar kleine broertje Daan.
Lina heeft het programma zelf geschreven. Het is niet lang:
'Zolang het verhaal niet uit is: lees de volgende zin. Daarna: zeg welterusten en ga slapen.'
Een lus, noemt haar juf dat. Iets wat de computer blijft herhalen tot een voorwaarde klopt.
De eerste avond gaat alles goed. Bliep leest, Daan luistert, en om acht uur piept Bliep: 'Wel-te-rus-ten.'
Maar de tweede avond is het half tien. Dan tien uur. Bliep leest nog steeds.
'En toen... en toen... en toen...' zegt hij, steeds opnieuw.
Daan slaapt allang. Lina zit rechtop in bed. 'Bliep, stop!'
Bliep stopt niet. Zijn lampjes knipperen vrolijk. Voor hem klopt alles: het verhaal is nog niet uit, dus hij leest verder.
Lina zucht. 'Ik heb een bug.'
Een bug is een foutje in een programma. De computer doet precies wat je zegt, ook als je iets anders bedoelde.
Lina klapt haar laptop open. Ze zoekt de regel waar Bliep het verhaal leest. En dan ziet ze het.
Het boek van vanavond eindigt niet met een punt, maar met drie puntjes: 'En toen...'
Haar programma dacht dat een verhaal pas uit is na een punt. Dus voor Bliep was het verhaal nooit klaar. Een oneindige lus!
Lina verandert één regel: 'Zolang er nog een zin is, lees hem. Is er geen zin meer? Dan is het verhaal uit.'
Ze test het met het boek van vanavond. Bliep leest de laatste zin. Even is het stil.
'Wel-te-rus-ten,' piept hij. Zijn lampjes worden blauw.
De volgende ochtend vraagt Daan: 'Waarom was Bliep gisteren zo raar?'
'Hij had een bug,' zegt Lina. 'Maar ik heb hem gevonden.'
Daan denkt even na. 'Kun je hem ook leren om stemmetjes te doen?'
Lina grijnst en pakt haar laptop. Dat wordt versie twee.
